Sponsors

De hoofdsponsor van onze club is:

Historie

Het ontstaan van de voetbalvereniging Veelerveen

De voetbalsport werd voor het eerst in Veelerveen gespeeld na de 1e Wereldoorlog.Toen tegen het einde van deze oorlog het Nederlandse leger voor het grootste deel werd gemobiliseerd, kwamen enkele jongens die soldaat waren, terug naar Veelerveen. Dit waren G.J. Georg, L. Drenth en W. Eggens. In hun diensttijd hadden ze het voetbalspel geleerd en terdege hun spelletje meegespeeld. In die tijd, was het voor de jeugd ook niet alles en toen deze drie ex-soldaten elkaar troffen in de fabriek of op de fabrieksboerderij, werd er dikwijls over het voetballen gesproken. Doordat deze gesprekken zich steeds herhaalden en men graag weer zou willen voetballen, besloten zij een club op te richten. In 1919 was het zover, dat de club werd opgericht. De club kreeg de naam VVC: Veelerveenster Voetbal Club. Het clubcafé werd café Warnberg, toen gelegen naast de nu niet meer aanwezige kunstmestloods. Het voetbalveld werd een stuk grasland, dat gehuurd werd van boer Y. Haayer, tegenover de brug.

Men speelde het zogenaamde ‘wilde voetbal’, want in bijna alle plaatsen werden toen voetbalclubs opgericht. Deze ‘wilde’ verenigingen speelden allerlei wedstrijden tegen elkaar. De clubkleuren van VVC waren: zwart shirt met witte kraag en witte manchetten, zwarte broek en zwarte kousen met aan de bovenkant witte strepen.

VVC was in de jaren 1919 t/m 1922 een geduchte en veel gevraagde tegenstander. Helaas was het leven van VVC maar van korte duur. In 1923 brak er brand uit in het clubcafé, waarbij alle materialen en medailles verloren gingen. Tot overmaat van ramp bleek de kas leeg te zijn, zodat er geen nieuwe materialen gekocht konden worden.

VVC ging door deze rampspoed ter ziele.

 

Het prille begin 1932-1940

Het duurde ongeveer 10 jaar na het verdwijnen van VVC, dat er weer over de oprichting van een voetbalclub werd gepraat. Dit gebeurde in het schaftlokaal van de aardappelmeelfabriek ‘Westerwolde’ door de oud VVC-Ieden: G. J. Georg en L. Drent. Deze keer gelukte het nog enkelen voor het idee warm te maken o.a : W.de Wit. P. Zuur. W. Egges, H. Hakkeling, G. Smit, S. Smit, W. J. Swarts, G. Kranenborg en S. Walburg. Toen werd de oprichting snel een feit. Men startte eerst weer onder de naam VVC en weer in de zwarte clubkleuren. Als oprichtingsdatum werd 2 februari 1932 genoemd. Dit werd later door de bond veranderd in 01 februari 1932. Het allereerste bestuur bestond uit:

W. de Wit: voorzitter

H. Hakkeling: secretaris

G. J. Georg: penningmeester

Bode om geld te innen: S. Walburg

Elftalcommissie: G. J. Georg en G. Kranenborg.

Het 1e jaar van de oprichting was VVC nog niet bij de bond aangesloten en speelde men nog het ‘wilde’ voetbal tegen allerlei clubs uit de buurt.

Om aan een voetbal te komen, werd er door alle toenmalige leden ‘gelapt’. Het 1e speelveld van de nieuwe VVC lag op het land van Hoving, wiens schuur aan de Veelerveensterweg in 2006 is afgebroken. De eerste doelpalen werden beschikbaar gesteld door bakker Brockschmidt. Lang is er niet op het eerste veld gespeeld, want al snel verhuisde men naar het veld achter de fabrieksboerderij. Dit veld was niet bepaald egaal, maar gespeeld kon er worden, nadat eerst een sloot was gedicht, die dwars over het veld liep. In 1933 werd een aanvraag bij de G.V.B. gedaan, om te worden toegelaten tot de Groninger Voetbal Bond. Het plan was om onder de naam VVC in de competitie uit te komen. Na een verzoek van de Groninger Voetbal Bond werd dit veranderd in ‘Veelerveen’. Omdat het bestuur gaarne in de competitie wilde starten, werd hiermee akkoord gegaan.

Bij toetreding tot de bond werd ook het bestuur gewijzigd:

Voorzitter werd nu: H. Eelsing

Secretaris bleef: H. Hakkeling

Penningmeester bleef: G. J. Georg.

Aan het bestuur werden toegevoegd als commissarissen de heren: A. Kranenborg en L. Drent. Bode: S. Walburg. ‘Veelerveen’ werd ingedeeld in de 3e klasse F van de G.V.B. en werd in het 1e jaar direct kampioen.

In 1934 was het aantal leden reeds behoorlijk toegenomen, zodat men in het seizoen 1934/1935 met twee elftallen in de competitie uitkwam. Het 1e elftal eindigde in 1935 als 4e in de 2e klasse D en het 2e elftal eindigde als 3e in de 3e klasse G. In het seizoen 1935/1936 eindigde men op dezelfde plaatsen als in 1934/1935.

In het seizoen 1936/1937 werd met 3 elftallen aan de competitie deelgenomen en het 1e elftal eindigde op de 2e plaats. Het seizoen 1938/ 1939 was voor Veelerveen een gloriejaar. Zowel het eerste als het tweede elftal werden kampioen, terwijl het derde elftal de 2e plaats bezette. Bovendien werd dit seizoen voor het eerst met een juniorenelftal aan de competitie deelgenomen, nadat in 1937 het straatclubje T.O.P.

in de vereniging was opgenomen.

Het volgend seizoen 1939/1940 veroverde het 1e elftal wederom het kampioenschap zonder een enkel punt te verspelen. Uit 10 wedstrijden behaalde men een doelsaldo van 93 voor en 13 tegen, wat 10 goals per wedstrijd betekende. Na dit kampioenschap promoveerde men voor het eerst naar de 1e klasse van de G.V.B.

In 1934 werd als opvolger van dhr. H. Hakkeling, Stoffer Walburg als secretaris gekozen. Stoffer Walburg heeft ruim een kwart eeuw het gezicht van de V.V.Veelerveen bepaald en is voor de vereniging van onschatbare waarde geweest.

 

T.O.P.

Een belangrijke plaats in de voetbalgemeenschap Veelerveen heeft het jongens straatclubje ‘T.O.P.’ ingenomen. Na de oprichting van de V.V.Veelerveen op 01-02-1932 was er nog geen jeugdafdeling. Toch wilden de jongens, variërend in de leeftijd van 8 tot 14 jaar graag voetballen. Dit jongensclubje heeft er, onder de bezielende leiding van Stoffer Walburg, voor gezorgd, dat er goeie voetballers voorhanden waren, als ze oud genoeg waren om tot het ‘grote’ voetbal toe te treden.                         Men had een verdraaid toepasselijke naam voor de club gekozen:      T.O.P. = tot ons plezier.

De clubkleuren waren totaal verschillend met die van de V.V.Veelerveen namelijk: rode shirt en blauwe broek.

Zoals reeds gezegd, nam Stoffer Walburg de leiding op zich, omdat hij veel in dit jongensclubje zag. Als mentaal en technisch leider bracht hij de spelertjes en hun spel tot ontwikkeling. In 1937 werd T.O.P. opgenomen in de voetbalvereniging Veelerveen en verdween de naam T.O.P. uit de annalen. Walburg bleef hun leider en trainer. Door de jarenlange saamhorigheid en vriendschap groeide er een oervaste band tussen deze jongens en dit kwam hun spel ten goede. Ze kenden elkaar als mens en als speler en vormden een vriendenclub in de meest letterlijke betekenis.

 

De bezettingsjaren 1940-1945

Tijdens de oorlogsjaren speelde men onder de N.V.B. De ‘K’ van ‘Koninklijke’ was in verband met de bezetting weggelaten. De competities in deze bezettingsjaren waren noodcompetities en er werd in deze jaren niet veel gespeeld.

Degradatie en promotie waren in deze sombere jaren derhalve ook niet mogelijk. Vaak konden er geen elftallen geformeerd worden vanwege ‘de Arbeitseinsatz’ in Duitsland of doordat er spelers voor kortere of langere tijd waren ondergedoken. Toch veroverde onze club op 30 juni 1940 in Roodeschool de ‘Zilveren Legpenning’. Hiervoor was men 12 uur onderweg geweest! De ‘Zilveren Legpenning’ was een toernooi voor verenigingen die uitkwamen in de 2e en 3e klas van de G.V.B. Aan dit toernooi in 1940 deden 25 elftallen mee. Veelerveen werd dus winnaar, door in de halve finale in Scheemda, Amicitia uit te schakelen en vervolgens in het verre Roodeschool, onder aanwezigheid van het voltallige ‘G.V.B.’-bestuur, de wedstrijd tegen Reo met 1-0 te winnen.

In 1941 werd het ‘Lauwerkrans’- toernooi, dit was een toernooi voor clubs die in de eerste klas van de G.V.B. uitkwamen, gewonnen. Aan dit toernooi namen 28 clubs deel. De finale vond op 8 juni 1941in Scheemda tegen Farmsum plaats, onder grote belangstelling van Veelerveen- supporters, die na de winstpartij enthousiast naar het Westerwoldse terugkeerden. Dat onze vereniging toen reeds over een sterk elftal beschikte, bewees men ook in de jaren die volgden. In 1943/1944 kwam Veelerveen met drie elftallen uit in diezelfde noodcompetitie. Hoe sterk men indertijd was, bleek wel uit de eindrangschikking,nl.:

1e Veelerveen 1

2e Veelerveen 2 en

4e Veelerveen 3

De overgang naar de K.N.V.B. werd dus tegengehouden door deze noodcompetities, maar in 1945 vond de promotie plaats naar de derde klasse F van de K.N.V.B.

Het vervoer ging in deze moeilijke jaren vaak met de veewagen van De Wit, maar alvorens men kon vertrekken, moesten de spelers de laadbak eerst ontdoen van de resten, die de vervoerde koeien hadden achtergelaten. De zitplaatsen bestonden uit losse banken en zowel de leiding als de spelers waren zeer gelukkig met dit vervoer.

Bij terugkomst na een overwinning loeiden de spelers als koeien, zodat de bevolking de uitslag snel wist. Als veevervoerder De Wit was verhinderd, werd er een beroep gedaan op boderijder M. Tammes.

Door de Arbeitseinsatz in Duitsland van Nederlandse jongens, bleven er wel eens spelers uit het westen van ons land in de grensstreek achter, die daarna o.a. lid werden van de V.V.Veelerveen. Een bijzonder probleem in deze oorlogsjaren bleek het verzorgen van de ballen. Deze moesten vaak met kunst en vliegwerk gerepareerd worden, want nieuwe waren niet te betalen en praktisch niet te koop.

Een ware meester in dit werk was Hendrik Sweertman, vaak geassisteerd door L. Drent en P. Zuur. Tijdens de oorlog werden de kasten met medailles, kransen etc. door secretaris Walburg zorgvuldig opgeborgen onder een pak jutezakken op zolder. Toch kreeg de toenmalige secretaris tijdens de bevrijding de schrik van zijn leven, toen hij onze Poolse bevrijders met voetbalmedailles en kruisen op de revers en baretten zag lopen. Na een vlugge inspectie thuis, slaakte hij een zucht van opluchting, toen hij ‘zijn’ medailles op de vertrouwde plaats terugvond. Nadat hij de Poolse soldaten nog eens nader bekeken had, vooral de medailles, bleken ze afkomstig te zijn van de V.V.Sneek. Aan het eind van deze bezettingsjaren kon het  bestuur gelukkig vaststellen, dat er geen leden van de V.V.Veelerveen in de strijd waren achter gebleven.

 

De opkomst na de oorlog

1945-1950

De oorlog was nog maar pas afgelopen, toen de clubs onder de K.N.V.B. vlag gingen voetballen. De K was weer geoorloofd omdat de bezetter uit het land was verdwenen. De 4 jaren die volgden, waren voor het kleine Veelerveen zeer succesvol. In dit tijdsbestek werd 3 keer het kampioenschap bereikt in de 3e klasse van de K.N.V.B, n.l. in 1946, 1947 en 1949. Om echter te kunnen promoveren, moest men eerst winnaar worden van een promotie/degradatie competitie, waaraan 5 ploegen deelnamen, t. w. 3 kampioenen van de 3e klasse en 2 degradanten van de 2e klasse. De winnaar van deze competitie werd of bleef 2e klasser. In 1946 gelukte de promotie niet. In 1947 werd na een spannende strijd tegen Germanicus (4-2 winst voor Veelerveen) de promotie weer niet behaald.


1947/1948

In 1948 werd men geen kampioen, maar 2e achter Scheemda.

 

1948/1949

In 1949 werd het kampioenschap pas bereikt na een beslissingswedstrijd tegen Nieuweschans. Deze wedstrijd werd gespeeld aan de Rhederweg te Bellingwolde. Er kwamen zeer veel toeschouwers (± 2000) kijken. De weg naar het sportveld was zwart van de fietsers. Zo’n belangstelling was in Oost- Groningen voor een voetbalwedstrijd nog nooit getoond. Grote man van Veelerveen werd doelman Bernard Kuiper, die 2 maal een strafschop stopte. De uitslag was 3-2 in het voordeel van Veelerveen. Na deze overwinning mochten we meedoen aan de promotie/degradatie competitie. Deze competitie was zeer spannend en eindigde onbeslist. F. V. V. en Eext waren de degradanten van de 2e klasse. Veelerveen, Musselkanaal en Groen Geel waren kampioenen van de 3e klasse.

Een beslissingswedstrijd tussen Veelerveen en Musselkanaal bleek noodzakelijk. Op zondag 19 juni 1949 toog Veelerveen massaal naar Veendam en het vertrouwen werd niet beschaamd. Dat Veelerveen niet alleen een goed le elftal bezat, bleek wel uit het feit, dat ook de A junioren in hetzelfde jaar kampioen werden. De goede resultaten hadden ook op de ledenaanwas een positieve invloed. Het aantal leden steeg zienderogen en in het seizoen 1949/1950 kwam men voor het eerst uit met 4 senioren- elftallen, 2 A junioren- en 1 B-juniorenelftal. Heel Veelerveen stond op z’n kop voor en door het voetballen. Het dorp sprak over de wedstrijd, die geweest was, van zondag tot en met woensdag en van de woensdag middag tot en met de zondagmorgen sprak men over de komende wedstrijd. Ontmoetingspunten hiervoor waren vooral: kapsalon Hakkeling en het schaftlokaal van de aardappelmeelfabriek ‘Westerwolde’.

Inmiddels was Veelerveen van veld veranderd. Men speelde vanaf 1948 op het terrein, waar ook nu nog gespeeld wordt. Om tot de 2e klasse van de K.N.V.B. te worden toegelaten, moest het veld gekeurd worden door de K.N.V.B.-consul uit Den Haag. Deze man kwam kijken, of het veld wel aan de eisen voor een 2e klasser voldeed. Pas na het aanbieden van brood, aardappelmeel, kaas en een flinke borrel, werd het veld alsnog geschikt bevonden om op te spelen. Over ‘omkoping’ gesproken! Door deze moeilijkheden met de K.N.V.B. kwamen er ook gesprekken op

gang om tot een fusie te komen met ‘Vlagtwedde’. Vooral burgemeester Waalkensvan Vlagtwedde speelde hierbij een belangrijke rol. Hij had er wel oren naar een 2e klasser en misschien in de toekomst zelfs een 1e klasser binnen zijn gemeentegrenzen te halen. Als de fusie door zou gaan zou het nieuwe veld worden aangelegd in de Vlagtwedder ‘Barlage’. Toen deze geruchten ter ore kwamen van het gemeentebestuur van Bellingwolde, waren ook deze heren bereid om de velden in Veelerveen te draineren, te renoveren en te kopen. Hiermee stemde het toenmalige bestuur van ‘Veelerveen’ in en was de fusie met ‘Vlagtwedde’ van de baan. De renovatie duurde echter nog tot 1953.

Veelerveen ambassadeur voor Westerwolde. De voetbalvereniging ‘Veelerveen ‘ werd vaak door de gehele gemeenschap van Westerwolde gezien als een ambassadeur van de streek. Het dorp, hoe klein en afgelegen ook, genoot in de voetbalwereld van de vijftiger jaren veel meer bekendheid dan de grote dorpen: Vlagtwedde,Ter Apel en Bellingwolde.

 

Artikel uit ‘Het Nieuwsblad van het Noorden’ van 31 december 1951

 

 ‘Luttele kilometers van de Duitse grens ligt in de streek van Westerwolde en behorende tot de gemeenten Bellingwolde en Vlagtwedde het gehucht Veelerveen, zo klein, dat men het op vele kaarten tevergeefs zal zoeken. Veraf ligt het ook van de grote voetbalwereld en toch herbergt het een sterke tweede klasser. Een door en door gezonde vereniging, waartegen iedere club door de prettige sportiviteit, die men daar ontmoet, steeds met veel plezier speelt. Een vereniging ook, die wordt gedragen en gesteund door veruit het grootste deel van de bevolking en dat niet door abnormaal schreeuwende en krijsende supporters, maar door toeschouwers, voor wie elk chauvinisme vreemd is en die ook het spel van de tegenstander naar

waarde kunnen schatten. Vandaar, dat iedere club de verre reis naar Veelerveen metplezier onderneemt’.

 

Een groter compliment kan een vereniging bijna niet ontvangen. Het tekent dan ook duidelijk de sfeer uit tijd van de gloriejaren, onder de geestdriftige leiding van Stoffer Walburg. Door de geweldige opkomst van het voetbal in Veelerveen in de jaren ‘46/’50 onder leiding van trainer Zweep uit Oude Pekela, werd de 2e klasse in 1949 bereikt. Alvorens men startte met het seizoen 1949/’50 werd de kleur van de shirts veranderd. De traditionele zwarte shirts van Veelerveen verdwenen en er werd gekozen voor een nieuw tenue te weten: gele shirts, zwarte broeken en zwart/geel gestreepte kousen. Dat Veelerveen het in de 2e klasse niet gemakkelijk zou krijgen, bleek direct in het 1e seizoen. Van de 10 ploegen eindigde Veelerveen op de voorlaatste plaats; alleen Germanicus stond nog onder onze jongens en degradeerde.

 

Wordt vervolgd................................

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!